“Kwaliteit en betekenis staan altijd voorop”

Interview met Ab Klink, Lid Raad van Bestuur VGZ, en Benno Siegert, directeur Directeur People & Experience VGZ.

In het systeem dat we nu kennen, liggen er aan flexibele arbeid niet altijd de goede prikkels ten grondslag. In gesprek met Ab Klink en Benno Siegert valt op dat ze vooral geloven in binding met de organisatie waar je werkt. Tegelijkertijd moeten we die organisatie zo inrichten dat mensen vrij zijn om hun eigen pad te kiezen. Ontwikkeling van mensen zou meer los van contractvorm en bedrijf georganiseerd kunnen worden. Toch is het wel van belang dat mensen met hart en ziel hun werk kunnen doen. Want betekenis zoekt iedereen, zo is de overtuiging. Werk alleen zien als transactie om geld te verdienen, is iets wat we moeten vermijden. Alleen wordt dat nu door de scale regimes soms wel in de hand gewerkt. We moeten samen tegengaan dat werk puur wordt gezien als een middel om inkomen te vergaren, want dat zorgt voor verschraling. Terwijl we juist op zoek moeten naar betere borging van de kwaliteit, binnen de capaciteiten die ieder heeft.

In alles is merkbaar dat VGZ een ‘purpose- driven’ organisatie is. Gedurende het hele gesprek gaat het vaak over het specifieke werk in de zorg dat VGZ mag faciliteren en de manier waarop medewerkers daarnaar kijken. Werk moet in de basis betekenisgevend zijn, zo is de overtuiging van Ab Klink en Benno Siegert. En als de heren dit vertalen naar VGZ, dan hebben de mensen die bij VGZ werken een persoonlijke missie die aansluit bij de purpose van de organisatie. “Dat gaat bij ons vaak hand in hand.” Siegert vertelt: “Er is een klein gedeelte van de medewerkers dat met een ‘kleine baan’ werkt voor leuke extra’s, zoals een tweede vakantie, maar dat aandeel zie je teruglopen, niet in de laatste plaats omdat dat werk is dat verdwijnt. Het merendeel, ongeveer 85%, werkt hier omdat het voldoening geeft en betekenisvol is. We doen veel om de missie, visie en strategie met medewerkers te delen. Voor de meesten is die kristalhelder.”

Volgens Klink heeft de manier waarop wij werk organiseren invloed op de waarde die we eraan toekennen. Hij legt uit: “Werk zorgt ook voor maatschappelijke integratie, het geeft structuur aan je dag, het is een eigenaardig medicijn, zoals Hans Achterhuis ooit zei. Tegelijkertijd zijn er best veel mensen die op het werk doodlopen. De structurering die geboden wordt aan werk zou zodanig moeten zijn dat mensen er ook betekenis aan kunnen blijven ontlenen en hun toegevoegde waarde goed kennen. Er is ook een groep mensen die vooral transactioneel naar werk kijkt. Voor wie het een contractuele relatie is en niet meer dan dat.” Voor die laatste groep moeten wij, volgens Klink, als samenleving extra aandacht hebben, zodat we niet bewust of onbewust de transactionele kijk op werk bevorderen. Klink: “We moeten het bijvoorbeeld niet onbewust in scale regimes zo inrichten dat we, zoals nu soms bij flexwerk het geval is, een impuls geven aan die transactionele prikkel. Dat verschraalt het werk zowel voor de werkgever als voor de werknemer.” Niet alleen voor de samenleving, maar ook voor bedrijven is dit nadelig, merkt Klink op: “Als bedrijf heb je dan weinig kans om de missie in je bedrijf te verankeren. En in mensen die je op uurbasis betaalt, ga je als bedrijf niet investeren, wat ook op de langere termijn slecht kan uitpakken.” De beide heren zien het als uitdaging om in hun organisatie steeds weer uiting te geven aan de missie, zodanig dat deze echt tot haar recht komt voor medewerkers. Dat betekent bijvoorbeeld dat je je niet de hele dag suf hoeft te vergaderen.

Mensen verantwoordelijkheid geven
De kwaliteit van het werk dat VGZ doet, staat altijd bovenaan. Bij VGZ maken ze medewerkers graag deelgenoot van de bijdrage die ze leveren aan het grotere geheel, geven ze mensen veel verantwoordelijkheid en bevoegdheden. “Je doet ertoe.” Siegert vindt een ‘bore-out’ het ergste dat kan gebeuren. Dan neem je je medewerkers niet voldoende mee. “We geloven dan ook dat de mens van nature goed is. Dat is de manier waarop we naar medewerkers kijken. Daarbij zie je dat de cultuur en structuur waarin we werk organiseren, elkaar moeten versterken. En dan gaan medewerkers je op een positieve manier verrassen.”

Nu er meer en meer een schaarsteprobleem is, ziet de jongste generatie al heel vroeg dat je beter voor jezelf kunt werken

Ab Klink Lid Raad van Bestuur VGZ

Omgaan met flexibele arbeid
Bij VGZ wordt ook gebruikgemaakt van flexkrachten. Dit kan meerdere redenen hebben: de eerste is vanwege de jaarlijkse zorgpiek. Het is van november tot januari extreem druk en de rest van het jaar minder. In de tweede plaats gebruikt VGZ flexwerkers als het betreffende werk op termijn verdwijnt. En de derde reden is als er specifieke kennis en kunde nodig is die slecht op een andere manier voorhanden is, vanwege bijvoorbeeld een krappe arbeidsmarkt. Daarbij geldt dat functies die bepalend zijn voor het concurrentievoordeel niet flexibel gemaakt worden.

Siegert en Klink realiseren zich dat gemiddeld Nederland niet bij hen binnen zit. De uitwassen van mensen die gedwongen worden flexibel te zijn en niet in hun bestaan kunnen voorzien, komen bij VGZ niet voor. 80% is hbo of hoger geschoold. Verder ziet Klink wel dat de balans tussen vast en flex verstoord is: “Nu er meer en meer een schaarsteprobleem is, ziet de jongste generatie al heel vroeg dat je beter voor jezelf kunt werken. Dat scheelt soms euro’s per uur. We hebben het voor zelfstandigen in Nederland soms ook te makkelijk gemaakt door de zelfstandigenaftrek en dergelijke, waardoor het al snel een aantrekkelijk alternatief lijkt. Intussen leren al die zelfstandigen niets meer bij, wat wel steeds belangrijker wordt. De drempel voor na- en bijscholing is in Nederland redelijk hoog. En door de toenemende flexibilisering raakt dat alleen maar meer uit balans.”

Verkeerd investeren in onderwijs
Zoals gezegd, zijn na- en bijscholing van steeds groter belang aan het worden. Stimuleren om later in je loopbaan te leren, krijgen we maar niet voor elkaar. Klink noemt ons onderwijsstelsel zelfs ‘hopeloos verouderd’. “We investeren ons wezenloos in onderwijs voordat iemand de arbeidsmarkt op komt, in het initiële onderwijs. Dat zie je ook vaak in verkiezingsprogramma’s terug, maar die investeringen maakt de initiële fase alleen maar langer. En die investering in kennis wordt steeds meer overbodig. Omdat die kennis al bijna verouderd is op het moment dat je de arbeidsmarkt op komt. Jongeren zijn veel meer gebaat bij niet te lang studeren en ervaring gaan opdoen ‘on the job’. Lange leerwegen zijn een verspilling en vormen alleen maar uitstel om de arbeidsmarkt te betreden. We zouden het ‘oude onderwijssysteem’ veel meer moeten verbinden aan het bedrijfsleven. En bijleren op het moment dat dat noodzakelijk is, zodat die kennis ook direct nut heeft in je loopbaan. In Denemarken zie je dat mensen veel sneller schakelen met onderwijs tijdens het werkende leven. De instroom in post-onderwijs en de doorstroom naar andere banen kent daar veel minder drempels.”

In Nederland zijn we geneigd teveel waarde aan kennis te hangen door het opschroeven van allerlei kwalificatie-eisen. Siegert: “Zo zet je groepen mensen buitenspel die wel over de vaardigheden beschikken. Dat zie je bijvoorbeeld bij psychiaters. Een deel van het werk zou ook prima door ervaringsdeskundigen gedaan kunnen worden. De protocollen die we inrichten, zijn pure verspilling. En we hebben een enorm tekort op dit moment, er zijn grote wachtlijsten om toegang tot die zorg te krijgen."

Ontwikkelmogelijkheden minder baanafhankelijk maken?
VGZ besteedt aandacht aan wat mensen willen en kunnen, door bijvoorbeeld het mogelijk maken van job-safari’s, waar mensen de mogelijkheid geboden wordt om eens te proeven aan andere functies om te zien of het past. Klink: “Alhoewel er binnen de organisatie ruime mogelijkheden zijn voor ontwikkeling, moet je mensen vaak nog wel wijzen op wat er allemaal kan. Flexkrachten kunnen ook deelnemen aan het opleidingsaanbod, wat dan vaak door het uitzendbureau bekostigd wordt.” De dure opleidingen en de job-safari’s staan echter niet open voor flexwerkers. Het roept de vraag op of we niet collectief zouden moeten regelen dat iedereen de beschikking krijgt over een individueel opleidingsbudget dat je altijd kan benutten, los van de werkgever. Dat je leerrechten behoudt als je weggaat, om zo ook nascholing te bevorderen. Het vergt wel een andere inrichting van het onderwijssysteem: het vraagt om een modulairdere opbouw dan we nu kennen. Als je niet meteen vastzit aan een opleiding van vier jaar, is het ook beter financieel toegankelijk te maken.

Een kwalijke zaak
De tekorten in ons systeem komen bij het slot van het gesprek nog weer eens scherp terug. Klink: “Het doet me zeer dat verpleegkundigen uit dienst treden om als zzp’er terug te komen. Het systeem maakt dat we mensen stimuleren om zelfstandig te worden. Mensen vergeten echter dat ze geen WW hebben, geen WIA en dat ze minder resistent zijn voor conjuncturele golven. Als er geld verdiend kan worden, is de korte termijn interessant. Het kortetermijngewin als in krachtiger en aantrekkelijker dan pensioen en arbeidsongeschiktheid. Als iedereen om je heen zelfstandig wordt, lijkt het alsof jij de sukkel bent die minder verdient. Ondertussen wordt de grondslag voor iedereen die belasting betaalt kleiner. We moeten dus beter nadenken over welk gedrag we oproepen op basis van welke prikkels. En ondertussen hollen we de binding met bedrijven uit. En lopen mensen risico’s die we niet kunnen opvangen. De vraag is dus of we instanties niet moeten omvormen. Het lijkt wel of de vakorganisaties juist belang hebben bij het in stand houden van de bestaande instituties.”

Waarom beginnen we niet opnieuw, zoals bij de ontwikkeling van het zorgstelsel

Ab Klink Lid Raad van Bestuur VGZ

Visie om het systeem opnieuw uit te vinden
Tot slot betogen de heren dat de overheid en sociale partners meer visie zouden moeten hebben en meer lef zouden moeten tonen. “Het algemeen belang moeten we met elkaar veel beter definiëren”, stelt Klink. “Waarom beginnen we niet opnieuw, zoals bij de ontwikkeling van het zorgstelsel. Daar hebben we een heel nieuw systeem neergezet dat revolutionair was. Maar zonder visie gaat dat niet. Een aantal elementen dat dan in elk geval een plek zou moeten hebben: meer binding creëren met werkenden, een betere aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt, contracten die semi-vast zijn: met de binding die bij vast hoort, maar tegelijkertijd zonder mensen vast te zetten. We moeten mensen beter begeleiden, ook als ze flexibel werken. Het doel zou dan zijn dat werkzekerheid toeneemt, zodanig dat zelfs als het conjunctureel even tegenzit, mensen dat makkelijk kunnen opvangen.”