“Arbeid op waarde schatten, is perspectief bieden”

Interview met Martijn Pennekamp, zzp-expert en CEO van de Ondernemersunie.

Diep in Noord-Holland, in het kleine dorpje Wervershoof, vind je onverwachts een interessante beweging: de Ondernemersunie. Dat is de overkoepelende organisatie voor allerlei platformen die zzp’ers helpen met de uitdagingen van zelfstandig ondernemen. Bijvoorbeeld ‘ikwordzzper.nl’: een platform voor startende zzp’ers met meer dan 50.000 leden en 1 miljoen bezoekers per jaar. Martijn Pennekamp, de oprichter en zzp-expert, loopt al een tijdje mee in zzp-land en de financiële sector. Hij heeft bij diverse banken als accountmanager gewerkt, maar geeft ook veel trainingen en workshops aan mensen die door de fusie van Delta Lloyd en Nationale-Nederlanden in een outplacementtraject zitten. Het gesprek gaat dan ook vooral over veranderingen die hij ziet: grotere focus op kosten in de financiële sector, waardoor arbeid ondergeschikt raakt. Toenemende regeldruk op de arbeidsmarkt, waardoor arbeidsrelaties ondoorzichtig en afstandelijk worden. Tegelijkertijd heeft hij zelf ook ideeën over wat er zou moeten veranderen. De arbeidsmarkt moet losser worden, minder regels. Ook vindt hij dat werkenden meer perspectief moeten krijgen, ondernemers moeten worden op de werkvloer. Dat is volgens hem arbeid echt op waarde schatten.

Op de vraag waarom mensen eigenlijk zzp’er worden, antwoordt Pennekamp resoluut: “Dé zzp’er bestaat niet, het is een containerbegrip. Je hebt de zelfstandige consultants, de actuarissen, de schaarse IT’ers tot aan de onderkant van de markt, waar de maaltijdbezorgers zitten.” Volgens Pennekamp werken er in de financiële sector met name consultants, projectmanagers, accountmanagers en IT’ers. Die werken vrijwel allemaal op projectmatige basis. Dat valt volgens hem te verklaren doordat de gedachte in de financiële sector is: “We moeten mensen aannemen, maar we weten niet hoeveel we er in de toekomst overhouden. Zo worden veel zzp’ers aangenomen om te overbruggen tot een volgende reorganisatie.”

De redenen waarom mensen zelfstandig worden, zijn net zo verschillend. “Een deel begint vaak omdat ze denken dat het allemaal ‘hosanna’ is en omdat iedereen het doet, maar dat geldt niet voor iedereen. Het aantal zzp’ers dat binnen 5 jaar weer stopt, is erg hoog: 40 procent van de mensen die nu start, is over 5 jaar alweer gestopt. Die groep begint vaak omdat ze zich gedwongen voelen. Gelukkig wordt dat aantal lager.” Er is volgens Pennekamp ook een deel dat zzp’er wordt vanwege het geld. “Ze kunnen meer verdienen omdat ze zich slecht verzekeren. Totdat ze doorkrijgen dat ze zich niet verzekeren en wat dat voor consequenties heeft. Geld is een belangrijke reden om te beginnen, maar ook om weer te stoppen.”

Belangenvertegenwoordiging
Zzp’ers zijn over het algemeen een gemêleerd gezelschap. Geldt dat ook voor hun vertegenwoordigers? Als Pennekamp het zzp-landschap schetst, komt hij met een flinke lijst met organisaties: ZZP Nederland, PZO, VZZP, Zelfstandigen Bouw, Het Ondernemerscollectief en de Werkvereniging. Overigens vindt Pennekamp het idee van belangen behartigen zelf een beetje vreemd: “Je wordt ondernemer omdat je zelfstandig wilt zijn en dan heb je eigenlijk geen belangenvereniging nodig, anders had je maar geen ondernemer moeten worden.” Al ziet hij wel dat het in sommige gevallen ook wel fijn is om samen op te trekken. Pennekamp: “Wat je ziet, is dat zzp’ers in opkomst zijn aan de onderkant van de markt, schijnzelfstandigen, met name in de bouw en in de zorg, dat is een kwetsbare groep voor wie belangenbehartiging dan wel weer belangrijk is.” Bovendien kan het volgens Pennekamp nuttig zijn om soms te verenigen als zzp’ers, om klussen binnen te halen of gezamenlijk grote contracten aan te gaan met bijvoorbeeld een grote organisatie als ING. Pennekamp ziet nog meer voordelen: “Het voordeel van samen optrekken, is ook dat je vervangbaarheid kunt realiseren. Het grote manco van zzp’ers is namelijk vaak dat ze onvervangbaar zijn.” Of het ook helpt om je te verenigen om goede prijsafspraken te maken, weet hij niet zeker. Al merkt hij op: “Als je rechtstreeks afspraken kunt maken, heb je geen tussenbureaus nodig en heb je een grotere kans op een eerlijke prijs.”

Belang van tussenpartijen
Hoewel de overheid niet staat te springen om de tussenkomst van brokers of tussenbureaus, ziet Pennekamp ook wel dat ze nodig zijn om de administratie af te handelen. Pennekamp somt een lijstje op: “Opdrachtovereenkomst, algemene voorwaarden, onderhandelen met een zzp’er over het tarief en wet- en regelgeving. Het is nogal een lijstje waaraan werkgevers moeten voldoen om zzp’ers in te huren." Tegelijkertijd zijn brokers er volgens Pennekamp ook omdat onduidelijke wetgeving, de wet DBA, voor zowel zzp’ers als werkgever risico’s met zich meebrengt. Als toch blijkt dat men zich niet aan de wet DBA gehouden heeft, lopen beide partijen kans op naheffingen. Ze moeten dan alsnog de sociale lasten betalen. Bij tussenkomst van een broker wentelen beide partijen dat risico af op de broker”, vertelt Pennekamp. “Al blijft een zzp’er altijd zelf eindverantwoordelijk voor de eventuele gevolgen van een arbeidssituatie die niet voldoet aan de wetgeving.”

En precies die regelgeving zorgt ervoor dat Pennekamp een paar keer kritisch uit de hoek komt gedurende het interview. Om de risico’s die de wet DBA met zich mee brengt te omzeilen, stappen zzp’ers soms namelijk in ingewikkelde en ondoorzichtige juridische constructies. Hij legt uit: “Sommige zzp’ers zetten een ‘declarabele uren-bv’ op. Ze openen een bv en van daaruit factureren ze. Dan ben je een ondernemer uit een bv en heb je toegang tot het sociale stelsel volgens de belastingdienst. Als er steeds meer zzp’ers bij zo’n bv komen ‘werken’, hoeven ze niet te voldoen aan de wet DBA. Je ziet ook dat zzp’ers samen een coöperatie beginnen om de wet DBA te omzeilen en dat gebeurt meer dan je denkt.”

Pennekamp vindt dan ook dat het veel makkelijker moet worden, voor zowel zzp’er als opdrachtgever. Er zijn nu te veel wetten en te veel regelgeving. Pennekamps belangrijkste eis? Eenduidigheid in het beleid. Hij weet dat het lastig is, omdat er veel belangen spelen, maar het zorgt voor minder regeldruk. Werkt minder regeltjes schijnzelfstandigheid niet in de hand? Daar moeten we volgens Pennekamp niet zo krampachtig over doen. “Een oplossing is om een minimum te hanteren. Het is van belang dat je de onderkant reguleert.” Dat minimum moet volgens hem hoger dan 16 euro liggen. Als je daarvan nog al je (vaste) lasten moet betalen, hou je minder over dan het minimumloon. Als je aan de bovenkant van de zzp-markt zit, mag je volgens Pennekamp zelf weten wat je doet. Overigens is dat volgens hem maar de bovenste 10 procent.

Flexibele arbeid in de financiële sector
Wat betreft de manier waarop er wordt omgegaan met de factor arbeid in de financiële sector, is er de laatste tijd veel aan het veranderen, vindt Pennekamp. Door alle fusies wordt het werk met steeds minder mensen gedaan. Arbeid raakt volgens Pennekamp daardoor ook steeds meer ondergeschikt aan het belang om het bedrijf overeind te houden. Toch is Pennekamp ook realistisch: “Een derde van de banen moet weg, als je dan én sociaal wil blijven én iedereen een vaste baan aan wilt bieden, krijg je daar in de toekomst last van.”

Iemand die goed is in zijn werk, verdient perspectief op de toekomst

Martijn Pennekamp Zzp-expert en CEO van de Ondernemersunie

Tegelijkertijd blijft de sector voor een bepaalde groep ook weer hetzelfde. Pennekamp ziet dat er een laag oudere werknemers ‘vast’ zit in hun werk. “Als je dan kijkt naar arbeid op waarde schatten, is dat ook perspectief bieden. Iemand die goed is in zijn werk verdient perspectief op de toekomst. Iemand moet de mogelijkheden krijgen om zich te laten omscholen of zijn skills uit te breiden. Dat hoeft niet per se in een vaste baan te zijn, maar wel werk en een contract.” De moderne werkende is volgens Pennekamp steeds vaker een ondernemende zzp’er. Hij vindt dan ook dat werkgevers hun werknemers ondernemender moeten maken, en dat stimuleren, dan is een vast contract ondergeschikt.

Veranderingen bieden ook kansen. Zo biedt bijvoorbeeld de groei van het aantal zzp’ers volgens Pennekamp kansen voor het verdienmodel van verzekeraars. Als er nieuwe wetgeving komt waarin wordt gesteld dat zzp’ers zich verplicht moeten verzekeren, biedt dat mogelijk een nieuw verdienmodel voor verzekeraars. De vraag is volgens Pennekamp wel: “Wil de zzp’er zich wel collectief verenigen?” Daar is hij niet zeker van.

Toekomst 
Als het gesprek komt bij de vraag hoe we het in de toekomst beter kunnen regelen, eindigen we met een verhaal waarbij Pennekamp de verantwoordelijkheid voor een betere toekomst voor zzp’ers deels bij de zzp’ers zelf legt en deels bij de opdrachtgevers. Zo vindt hij dat zzp’ers hun verzekeringen beter moeten regelen. “Dat is nu vaak niet geregeld en dat is opvallend. Voor bedrijven maakt dit het inhuren van zzp’ers ingewikkeld. Bedrijven hebben weinig zicht op het risico dat ze lopen als ze een zzp’er inhuren.” Waar Pennekamp ook verandering in wil zien, is het up-to-date houden van kennis. “Als je bij een bank werkt, in welke arbeidsverhouding dan ook, word je geacht je kennis op peil te houden en op de hoogte te zijn van de laatste wetgeving.” Pennekamp legt daarbij een groot deel van de verantwoordelijkheid bij de zzp’ers zelf. “Ik vind dat zzp’ers moeten zorgen dat ze hun kennis en kunde op peil houden en de mogelijkheid bij een opdrachtgever moeten kunnen krijgen om dezelfde trainingen te volgen die medewerkers ook kunnen volgen. Daar mogen ze wel voor betalen, ze zijn niet voor niets ondernemer geworden.”

Het interview eindigt met een pleidooi over de kansen die flexibilisering biedt: “De arbeidsmarkt moet vrijer worden behandeld. Dat geeft meer mensen een kans op een baan. Veel mensen willen werken, maar niet altijd in een vast contract. Flexibilisering is dan ook helemaal niet zo slecht. Het kan ervoor zorgen dat opdrachtgevers makkelijker om kunnen gaan met vaste contracten en iemand sneller werk kunnen aanbieden.”