"Flex is here to stay"

Interview met Erwin Rog, coördinator Arbeidsvoorwaarden bij De Unie en Emanuel Geurts, bestuurder bij De Unie.

Dat flexibiliteit iets blijvends is, loopt als een rode draad door het gesprek met Erwin Rog, coördinator Arbeidsvoorwaarden en Emanuel Geurts, bestuurder bij De Unie. Zij zien dat werk steeds flexibeler wordt door toenemend individualisme onder werkenden en doordat de scherpe scheiding tussen werk en privé meer fluïde is geworden. Werkenden willen graag zelf bepalen hoe ze werken, wanneer ze werken en hoe hun arbeidsrelatie eruitziet. Tegelijkertijd is er vanuit de financiële sector een toenemende vraag naar flexibiliteit. De sector heeft te maken met veel meer regelgeving dan in het verleden, daar moeten de financials op kunnen reageren. Daarbij verandert de sector snel; er komen veel uitdagingen aan: nieuwe technologieën en concurrentie van partijen als Alipay en Google Pay. Een belangrijke conclusie van het gesprek is dat de sector zichzelf opnieuw moet kunnen uitvinden en daarbij is flexibiliteit nodig. Dat betekent onder andere dat je je personeel flexibel moet kunnen inzetten. Flexibele arbeidsrelaties zijn nodig en in essentie niet slecht, maar we moeten wel de uitwassen zien te voorkomen.

Als het gesprek begint over de waarde van werk, constateren Rog en Geurts dat werk eigenlijk constant in beweging is en dat daarmee ook de waarde van dat werk aan verandering onderhevig is. Met name het profiel van de werkenden verandert flink. Rog: “Je ziet dat nieuwe medewerkers over het algemeen nog korter bij dezelfde werkgever blijven. Op dit moment blijft maar dertig procent meer dan tien jaar bij dezelfde werkgever, al verschilt dat wel sterk per sector. Je ziet dat arbeidsrelaties al wel flexibeler worden. Tegelijkertijd zie je dat mensen veel meer voor zichzelf kiezen in hun werk, individualistischer dus. Werknemers zijn mondiger geworden en met het nieuwe werken en via smartphones zijn werk en privé door elkaar gaan lopen.”

Geurts ziet een maatschappelijke trend: “De jongere generatie werkenden, in welke arbeidscontractuele vorm dan ook, zoekt naar zingeving bij het bedrijfsleven, of überhaupt op de werkplek. Het telt niet meer alleen of het bedrijf winst maakt, maar ook waarom je dat doet als bedrijf en hoe je tegen de rol van je organisatie in de samenleving aankijkt.” Volgens beiden wil de ‘hipster van nu met baard, op sneakers en met een elektrisch stepje klussen doen en zelf bepalen wanneer hij werkt, waar hij werkt en hoe hij werkt’.

Als we dan kijken wat deze trends zeggen over de veranderende waarde van werk, concludeert Geurts: “De scherpe scheiding tussen werk en privé is meer fluïde geworden. Werk en privé gaan 24 uur per dag door en volgens mij laat dat zich niet altijd vangen in wetgeving of arbeidsverhoudingen in juridische vorm.” De werkende van nu vraagt dus om meer flexibiliteit in zijn of haar werk. Hier ligt volgens Geurts en Rog een rol voor de overheid om dit beter te faciliteren.

Flex is here to stay 
Beide heren signaleren dat de vraag naar flexibeler werk groeit. Betekent dat dan ook dat flexibilisering een logisch gevolg is van deze maatschappelijke trends? Geurts is heel duidelijk: “Flex is here to stay en heeft een functie.” Die neutraliteit is ook terug te vinden als we het hebben over het belang van flex: “Je hebt altijd flexibele arbeid nodig, voor piek en ziek, projectmatig of voor specifieke deskundigheid en dat is altijd al zo geweest.” Volgens Geurts heeft een organisatie wel meer flexibiliteit nodig dan vroeger: de tijd gaat sneller, bovendien zijn er veel meer regels opgelegd van bovenaf dan tien jaar geleden. Om snel te reageren op die veranderende regelgeving is het soms ook belangrijk om snel meer of minder personeel in te kunnen zetten. Het is dus niet alleen een maatschappelijke trend, maar ook een economische, want bedrijven hebben flexibiliteit nodig om te kunnen voortbestaan.

Een duidelijk onderscheid in de organisatie van arbeid
Volgens Rog is het wel van belang dat we een duidelijk onderscheid maken tussen flexibele arbeidsrelaties, want een contract voor bepaalde tijd, voorafgaand aan een vast contract, is ook al een flexibel contract. Terwijl je dit ook kunt zien als een voorbode van een vast contract. Ook noemt hij detachering: dat neemt ook een belangrijke opleidingsfunctie in en gaat vaak hand in hand met een vast contract bij de detacheerder. Rog: “Naast een opleiding krijgen (net-)gediplomeerden via opdrachten bij verschillende financials een groeispurt die ze uiteindelijk kunnen gebruiken in hun verdere carrière. Vaak leidt dat dan weer tot een vast contract bij de opdrachtgever. Dit noemen we dan flexibele arbeid. Het is maar vanuit welk perspectief je het bekijkt.”

Als je niet weet wat je risico is, kun je het ook niet incalculeren

Erwin Rog Coördinator Arbeidsvoorwaarden bij De Unie

Er zijn dus vele verschijningsvormen van flexibele arbeid, zoals detachering, uitzenden of zelfstandig ondernemerschap met elk zijn eigen kenmerken. Hij vervolgt: “Voor zelfstandig ondernemerschap bijvoorbeeld zal een werknemer met open ogen het ondernemersrisico dat hij of zij loopt, moeten afwegen en dat moet tot uiting komen in de tarieven. Dat is bij veel vormen van flexibele arbeid geregeld, maar er zijn werkenden die in een payrollconstructie of soort van sourcing zitten die dat niet weten. Dan wordt het vaag, dan wordt arbeid een speelbal. Als het schimmig, wazig of zelfs verhullend wordt, ontstaat er een probleem. Als je niet weet wat je risico is, kun je het ook niet incalculeren.”

Geurts ziet dat flexibele arbeid soms daadwerkelijk ingezet wordt als vehikel, als middel om kosten te reduceren. Volgens hem was dat vroeger nooit zo nodig, maar financiële instellingen staan voor veel uitdagingen en winsten zijn steeds minder vanzelfsprekend. Voor de meeste financiële instellingen is aandeelhouderswaarde ook belangrijk en dan wordt de visie op arbeid er eentje van de boekhouder. Zijn oproep aan bedrijven is dan ook om tevens een visie op arbeid te formuleren, die geldt voor alle vormen van arbeid.

Meer vaste contracten?
Om de uitwassen van flexibilisering te beperken, heeft dit kabinet ervoor gepleit om vast minder vast te maken en flex minder flex, bijvoorbeeld door ontslagrecht te versoepelen en de transitievergoeding te verlagen en door flexibele arbeid duurder te maken voor de werkgever om zo de stap naar vaste contracten aantrekkelijker voor werkgevers te maken. Daar is Geurts niet per se voor: “De prijs van arbeid is maar ten dele van invloed op bedrijfsprocessen die de markt nu eenmaal vraagt. Die vraag naar wendbaarheid blijft. Dat verander je niet alleen maar door de prijs van arbeid aan te passen. Het idee was, door flexibele arbeid duurder te maken, dat het een prikkel zou zijn naar vast werk, maar ik geloof ook niet dat die paar procent extra het verschil gaan maken.” Rog denkt zelfs dat die stijging een drukkend effect kan hebben op het loon van mensen met een flexibel contract. “Eerlijk gezegd vinden wij dat een verkeerde beweging, omdat hiermee de werkenden zelf niet in ‘charge’ zijn.” Sterker nog, Rog vraagt zich af of loondienst wel het summum is. “Als flnancial in vaste dienst ben je toch al niet meer zo zeker van je baan. Als zzp’er heb je invloed op het soort werk dat je doet en daarmee op je ontwikkeling en toekomstige loopbaan, in loondienst ben je toch afhankelijker. Tegelijkertijd is er geen ‘one size fits all’, het maakt ook uit in welke fase van je leven je zit en welke arbeidsrelatie daarbij past.”

Wendbaarheid is het toverwoord
Niet alleen aan de kant van de werkenden nemen de vraag en noodzaak van flexibele arbeidsrelaties toe, die beweging is ook zichtbaar aan de kant van de werkgever. De financiële sector verandert snel. “De financiële sector ziet Artificial Intelligence (AI) op zich afkomen en concurrentie van partijen als Alipay en Google Pay. De financials moeten zichzelf opnieuw uitvinden. Daarbij is flexibiliteit het toverwoord. Je moet als sector kunnen schakelen. Op het moment dat je een capaciteitstekort hebt, is het niet altijd logisch dat je dat aanvult met vaste contracten. Dat zou betekenen dat je op je pieken je capaciteit hebt ingevuld, maar heb je in de praktijk ook vaak ‘leegloop’. Dat wordt te duur. Dan komt er een concurrent die het anders doet en de consument gaat uiteindelijk toch voor de laagste prijs.”

Er is te lang alleen gestuurd op aandeelhouderswaarde en kostenreductie

Emanuel Geurts Bestuurder bij De Unie

Bedrijfskundig risico
Hoewel flexibele arbeid belangrijk is voor de toekomstbestendigheid van de sector, kan het tegelijkertijd een bedreiging vormen voor het bedrijfskundige model van de financials. Geurts: “Als een steeds groter deel van de bevolking flexibele arbeidsrelaties heeft, levert dat potentieel onzekere klanten op. Dan heb je een potentiële klantengroep met minder solide inkomsten en dat vraagt om veel meer handelingskosten per klant.” Als voorbeeld noemt hij dat juist de financials ingewikkeld doen bij het verstrekken van hypotheken of leningen bij flexibele contracten. Hij herhaalt daarom zijn oproep: “Ga het gesprek met elkaar aan als financials, pak daarbij ook je maatschappelijke rol, want er is te lang alleen gestuurd op aandeelhouderswaarde en kostenreductie. Dat sluit aan bij de werkenden van de toekomst. Die willen weten waar bedrijven voor staan.”

Tot besluit
Als we het gesprek eindigen met een blik in de toekomst, ‘hoe zouden we met flexibele arbeid om moeten gaan?’ dan legt Geurts een deel van de verantwoordelijkheid bij de werkenden om de uitwassen van flexibele arbeid te beperken. Hierbij doelt hij met name op de inkomensonzekerheid. “Werkenden zijn ondernemers van hun eigen talenten. Ontwikkeling is niet verplicht, maar het is ook niet vrijblijvend. Je doet jezelf tekort om niet te anticiperen op inkomensonzekerheid. De vraag is dan ook: wat kun je vandaag doen om je toekomstige verdiencapaciteit zo goed mogelijk te organiseren?” Rog kijkt daarbij ook naar de rol van de werkgever. “We moeten goede voorwaarden scheppen voor flexibele arbeid: honorering, compensatie voor ondernemerschap, keuzevrijheid en de ruimte om je verder te ontwikkelen. Dat gaat over goed opdrachtgeverschap, maar ook over goed opdrachtnemerschap.”