“Flexibele arbeid is prima, als dat maar op gelijkwaardige basis is”

Interview met Piet Fortuin, voorzitter van CNV Vakmensen en Roderik Mol, bestuurder bij CNV Vakmensen

Aan tafel bij Piet Fortuin, voorzitter van CNV (foto boven), en Roderik Mol, bestuurder bij CNV (foto onder), wordt niets in het midden gelaten, maar een heldere visie uiteengezet over flexibele arbeid. Met flexibele arbeid doelen ze op: uitzend, payroll en detachering. Door flexibilisering worden de arbeidsrelaties steeds losser en dat heeft flinke gevolgen voor werkgever en werknemer. Het gezamenlijke gevoel in bedrijven verdwijnt en dat terwijl voor zowel werkgever als werknemer arbeid hartstikke belangrijk is. De heren verklaren dit doordat het accent steeds meer op kostenreductie ligt bij bedrijven. En hier komt een belangrijk punt naar voren: hoe je omgaat met je flexibele werknemers zegt iets over de waarde die je wel of niet toekent aan het werk dat ze voor je doen. En daar wringt het: die waardering voor de flexibele werknemers is er te weinig. Tegelijkertijd erkennen ze ook dat flexibele arbeid wel bestaansrecht heeft, mits onder de juiste voorwaarden. Ze vinden dat vaste en flexibele krachten onder dezelfde voorwaarden moeten kunnen opereren op de arbeidsmarkt. Dat creëren van een gelijker speelveld is iets wat werkgevers, werknemers en politiek samen moeten doen. Het doel daarbij is ook een versimpeling van het netwerk aan flexibele contracten. Of dat daadwerkelijk gaat lukken? De heren zijn hoopvol: de maatschappelijke druk om na te denken over goed werkgeverschap zou weleens een tendens kunnen zijn die verandering teweeg kan brengen.

Al in het begin van het gesprek wordt er door de heren een vrij heldere visie neergezet op flexibele arbeid: er wordt een oude uitspraak van Jaap Smit, oud-voorzitter van de CNV vakcentrale aangehaald over payrolling, “Payroll lijkt wel een soort escortservice, je doet het met elkaar, maar je hebt niks met elkaar.” Volgens Roderik Mol geeft deze uitspraak weer waar het bij flexibele arbeid mis kan gaan. Wat hij daarmee bedoelt, is dat de relaties binnen bedrijven door flexibilisering steeds losser worden en de onderlinge samenhorigheid daarmee onder druk komt te staan. En dat heeft flinke gevolgen voor bedrijven en mensen, volgens de CNV-bestuurder. De gezamenlijkheid en hart voor de zaak hebben en collegialiteit verwateren. Die lossere verhoudingen zijn volgens Mol te verklaren doordat er zoveel delen van bedrijven zijn geoutsourcet of op afstand gezet zijn en daarvoor in de plaats is de flexibele schil ingezet. Het losser worden van de relaties werkt wel twee kanten op, vertelt Mol. “Aan de ene kant worden uitzendkrachten makkelijker aan de kant gezet, aan de andere kant kiezen bijvoorbeeld de gewilde flexwerkers in het hogere segment nu ook makkelijker voor een andere opdrachtgever. Als de voorwaarden bij een ander beter zijn, zijn ze weg.”

Flexibele arbeid als wegwerpartikel
Opvallend is wel dat dit niet hoeft te betekenen dat flexwerkers minder waarde aan hun werk zijn gaan hechten. Flexwerkers vinden hun werk wel degelijk belangrijk en hechten hier veel waarde aan, maar aan de kant van de werkgevers wordt die waarde anders gezien. Ze worden, vooral aan de onderkant, vaak gezien als kostenpost, niet hr gaat over hun arbeidsrelatie, maar de afdeling inkoop. En dat is volgens Mol een belangrijk verschil. “Hr houdt zich bezig met het personeelsbeleid, en inkoop met het zo goed en goedkoop mogelijk inkopen van spullen en diensten.” Mol: “Als een uitzendkracht een issue heeft over beloning, dan zie ik regelmatig dat hij eerst naar zijn teammanager gaat, dan naar het flexbedrijf, dan weer naar hr of inkoop, dan weer flexbedrijf, oftewel van het kastje naar de muur wordt gestuurd. Dat geeft natuurlijk niet het gevoel dat je serieus genomen wordt of dat je onderdeel van de organisatie bent. Je voelt je tweederangs medewerker, wordt gezien als wegwerpartikel en vaak ook zo behandeld.” En hier komt al in het begin van het gesprek een belangrijke boodschap van de CNV-bestuurders: hoe je omgaat met je flexibele werknemers, zegt iets over de waarde die je wel of niet toekent aan het werk dat ze voor je doen. En daar wringt het: die waardering voor flexibele arbeidscontracten is er te weinig. Volgens Mol hebben organisaties hier een keuze in. “Je kunt afspreken dat jouw flexwerkers dezelfde arbeidsvoorwaarden (bijvoorbeeld een 13e maand of winstdeling) krijgen als medewerkers in vaste dienst. Kijk bijvoorbeeld naar de ING, waar een scholingsbudget voor uitzendkrachten is afgesproken.”

Motieven om flexibele arbeid in te huren
Niet alleen bij de veranderende arbeidsverhoudingen als gevolg van flexibilisering hebben de heren hun twijfel. Ze zetten ook vraagtekens bij de redenen om flexibele arbeid in te huren. “Wáárom huren bedrijven flexkrachten in?” Dat is volgens Piet Fortuin de vraag die je zou moeten stellen. We moeten het gesprek gaan voeren over die motieven, want volgens Fortuin kun je een duidelijk onderscheid maken: “Als je flexwerkers inhuurt omdat er een piek in de productie is of om langdurig ziekteverzuim op te vangen, dan is dat prima. Maar tegenwoordig wordt er gereorganiseerd om de vaste personeelskosten te verlagen en vervolgens worden de mensen die ontslagen zijn, via de achterdeur op zzp-basis of via uitzendbureaus of detacheerders weer ingehuurd. Het gaat hierbij lang niet altijd om de flexibiliteit, het is vaak gewoon goedkoper. Of de directie beslist dat de headcount (aantal medewerkers in dienst) naar beneden moet om financiële redenen, maar de laag eronder moet zorgen dat het werk gedaan wordt en huurt vervolgens weer mensen in.” En precies die financiële motieven voor flexibele arbeid en het omzetten van vast werk in flexibele contracten omdat dat goedkoper is, zijn een doorn in het oog van de CNV-voorzitter. Volgens Fortuin is het grijpen naar externe flexibiliteit door het inhuren van flexibele arbeid echt niet de enige oplossing. “Pieken zijn prima op te lossen zijn door middel van het inzetten van de interne flexibiliteit. Bijvoorbeeld door slimme roosters of een pieken-en-dalen-systeem.” 

De voorzitter van de vakbond is dan ook kritisch wat betreft vast werk dat door flexwerkers gedaan wordt. “Je ziet in de financiële sector dat bijvoorbeeld teamleiders ineens op zzp-basis werken, alleen zijn dat geen zzp’ers, maar verkapte werknemers”, zegt Piet Fortuin. Hij legt uit waarom: “Zij werken het hele jaar door voor maar één opdrachtgever. Als zzp’er ben je verplicht om minimaal drie opdrachtgevers te hebben en om acquisitie te doen. Zzp’ers die langere tijd voor dezelfde opdrachtgever werken, zijn dus geen ondernemers volgens Fortuin. Fortuin vindt dat de Belastingdienst beter zou moeten handhaven of iemand echt voor meerdere opdrachtgevers werkt. “Het gevolg is dat er een beweging ontstaat waarbij werknemers zich meer zzp’er voelen en geen zin meer hebben om mee te doen in de collectiviteit.  Dit is een olievlek die aan het verspreiden is. Klussen zijn geen klussen, het is gewoon vast werk.”

Een gelijker speelveld
Van bedrijven in de financiële sector wordt in toenemende wendbaarheid gevraagd, dus ook in het geval van arbeid. Zij hebben het naar eigen zeggen nodig. Hoe kijken de vakbondsbestuurders daar dan tegenaan? “Flexibele arbeid is prima, als dat maar op gelijkwaardige basis is”, vindt Fortuin. Om die gelijkwaardigheid te regelen, zijn er volgens hem enkele voorwaarden van belang: de flexibele krachten moeten dezelfde rechten en voorwaarden krijgen als de vaste werknemers. Volgens Fortuin moeten we namelijk voorkomen dat er niet alleen een ongelijk speelveld op de werkvloer ontstaat, maar ook in de maatschappij. “Wat je nu ziet, is dat zzp’ers concurreren op de arbeidsmarkt, maar als er iets gebeurt, dan komt een deel in de bijstand en daar heeft de gewone werknemer aan mee betaald. Terwijl er ook weer een deel is dat te veel vermogen heeft en niet in de bijstand komt. Dit maakt de toegang tot collectieve zekerheid oneerlijker en gecompliceerder. Wij leven in een land waar we voor elkaar zorgen en zorgen dat mensen niet tussen wal en schip vallen. We willen toch niet naar een Amerikaans systeem waarin iedereen het maar voor zichzelf uit moet uitzoeken?"

Komt de wil om goed werkgever te zijn vanuit henzelf, of is het hun opgelegd door de politiek en de maatschappij

Piet Fortuin Voorzitter van CNV Vakmensen

Samen
Hoe gaan we dan een gelijker speelveld tussen vaste en flexibele contracten creëren? Volgens Fortuin zijn er twee belangrijke vereisten. Ten eerste is het iets wat we samen moeten regelen. “Dit is een verantwoordelijkheid van werkgever, werknemer en de politiek”, stelt hij. De CNV-bestuurders erkennen daarbij wel dat de rol van de vakbond is veranderd. Mol: “Als je nu een cao afsluit, is dat in sommige bedrijven nog maar voor een heel klein gedeelte van de werkenden. Een steeds groter deel, ook in de financiële sector, wordt door zzp’ers, gedetacheerden en uitzendkrachten gedaan. Dan wordt het ook steeds lastiger om excessen te bestrijden. Er zijn zoveel verschillende cao’s, werkgevers en arbeidsverhoudingen.” Piet Fortuin: “Je krijgt in dit land alleen dingen voor elkaar als je het samen doet, je moet de belangen dus bundelen. Op Schiphol, bijvoorbeeld, hebben ze veel betere regelingen, omdat de mensen zich hebben verenigd. Het wordt misschien wel tijd voor een nieuwe collectiviteit.” Daarnaast moet dat speelveld versimpeld worden. Mol: “De hele regelgeving rondom flexwerk is zo ingewikkeld geworden, dat veel werknemers het niet meer snappen. Je hebt uitzenden, detacheren, payroll, wel of geen uitsluiting loondoorbetaling, in- en doorleenconstructies, brokers en ga zo maar door. De complexiteit is een verdienmodel an sich geworden. Het moet veel simpeler.” Wel vinden de heren dat we snel moeten gaan zorgen dat de voorwaarden van flexibele werknemers aan de onderkant van het loongebouw verbeteren: “Zolang de basisvoorwaarden niet zijn ingevuld, is het een eindeloze discussie en de werknemer is het slachtoffer”, stelt Fortuin.

Goed werkgeverschap
De heren zijn toch positief gestemd als hun gevraagd wordt of werkgevers daadwerkelijk dingen gaan veranderen in de ongelijke verhoudingen tussen vast en flex. “Goed werkgeverschap is ook een maatschappelijke verantwoordelijkheid”, geeft Piet Fortuin aan. “Dat voelen bedrijven ook. Organisaties willen voorkomen dat ze op de voorpagina van de krant komen. De vraag is wel of de wil om een goed werkgever te zijn komt vanuit henzelf of dat het hun opgelegd wordt door de politiek en de maatschappij. Het zou goed zijn als deze beweging echt vanuit een diepere purpose zou komen. Zoals bijvoorbeeld een tijdje geleden in het nieuws was, dat een groot ziekenhuis heeft besloten om alle schoonmakers zelf in dienst te nemen en op de eigen payroll te zetten. We hopen dat dat het begin van een tendens is”, besluit Fortuin.