Hoe verandert werk?

Werk is de kurk waar onze samenleving op drijft en de spil waar onze economie om draait. Werk is een manier om mee te doen aan onze maatschappij. En werk is een onmisbare bijdrage aan de groei van onze economie en aan onze welvaart. Waar werk en privé vroeger nog strikt gescheiden waren, lopen ze tegenwoordig steeds vaker naadloos in elkaar over en door elkaar heen. Kortom, werk raakt in toenemende mate vervlochten met alle aspecten van ons bestaan en onze maatschappij. En in die maatschappij zien we tal van ontwikkelingen op het gebied van economie, technologie, demografie en sociale verhoudingen. We bekijken hier hoe die ontwikkelingen onze arbeidsmarkt en de flexibilisering daarvan raken. 

Technologisering houdt in dat we steeds meer technologie inzetten, zoals robots en artificiële intelligentie. Dit kan invloed hebben op de aard en organisatie, kwaliteit, omvang en verdeling van ons werk. Bovendien kan door technologisering bijvoorbeeld de vraag naar arbeid veranderen. In discussies over de impact van technologie op arbeid wordt er vaak gesproken over de vrees dat banen verloren zullen gaan. Anderzijds geeft bijvoorbeeld het World Economic Forum aan dat er tot 2022 75 miljoen banen zullen verdwijnen door technologie, maar dat er tegelijkertijd weer 133 miljoen banen zullen bijkomen. 

In het extreemste scenario vindt een volledige ontkoppeling van mens en organisatie plaats

Een voorbeeld waarbij technologisering en flexibilisering samenkomen, is de opkomst van platforms. Platforms verschijnen in alle soorten en maten, maar een gemeenschappelijke deler is dat ze een ‘open’ digitale infrastructuur verschaffen, waarin producenten/opdrachtgevers en consumenten/werkenden interacties kunnen aangaan en elkaar makkelijker kunnen vinden. Dit is een volledig nieuw bedrijfsmodel dat verstrekkende gevolgen heeft voor arbeidsrelaties, taken en competenties (het ontstaan van de klus- of gig-economy).

In het extreemste scenario vindt een volledige ontkoppeling van mens en organisatie plaats. Tijdelijk personeel wordt dan de inzet. De mens wordt ingehuurd per klus of voor een resultaat. Carrières bestaan niet langer uit een aantal banen, maar uit een grote hoeveelheid elkaar snel opvolgende projecten of klussen. De wereldeconomie als een grote marktplaats met enerzijds een onuitputtelijke stroom van opdrachten en anderzijds een enorme pool van individuele werkers.

Terwijl technologisering in het algemeen voor een betere kwaliteit van werk kan zorgen, waarschuwen experts voor de risico’s wat betreft de kwaliteit van platformarbeid. KPMG roept op om zowel de goede als gevaarlijke kanten van de platformeconomie te monitoren. In onze Whitepaper gaan we verder in op de kansen en schaduwzijden van platformisering.

We werken steeds langer, er zijn meerdere generaties met verschillende behoeften en kenmerken werkzaam, en de diversiteit groeit

Een tweede belangrijke maatschappelijke ontwikkeling met invloed op de arbeidsmarkt en de organisatie van werk is dat we steeds ouder worden. We werken steeds langer, er zijn meerdere generaties werkzaam met verschillende behoeften en kenmerken en de diversiteit groeit. Ook deze ontwikkelingen zijn van invloed op flexibilisering. Het CPB concludeert bijvoorbeeld dat de groei van het aandeel zzp’ers onder andere gestuwd wordt door vergrijzing in de samenleving.

Vergrijzing stuwt het aandeel zzp'ers doordat de kans om zzp’er te zijn, toeneemt met leeftijd en doordat de werkzame beroepsbevolking ouder wordt. Naar verwachting groeit het aandeel zzp’ers van 12% in 2010 naar 19% in 2030. Als de zakelijke dienstverlening volgens de trend doorgroeit, draagt dit positief bij aan het aandeel zzp’ers. De groei hiervan hangt echter samen met geslacht, opleidingsniveau, beleid en de sociaal-culturele norm met betrekking tot ondernemerschap.

In de context van flexwerk zijn ook ontwikkelingen omtrent individualisering belangrijk. Die worden gekenmerkt door het losser worden van bindingen of het verzelfstandigen van individuen ten opzichte van de groep. In de individualiserende samenleving kunnen en willen we steeds meer zelf bepalen hoe we onze tijd besteden.

Individualisering gaat ook gepaard met veranderingen in sociale verbanden. In 2017 is nog maar 12% van de personen van 15 jaar en ouder lid van een vakbond. De sfeer waarin je het zelf allemaal moet doen en uitzoeken, kan het op deze manier moeilijk maken voor vakbonden om zich als collectief in te zetten in onderhandelingen met werkgevers.

De sfeer waarin je het zelf allemaal moet doen, kan het moeilijk maken voor vakbonden om zich als collectief in te zetten

Naast technologisering en sociaal-maatschappelijke ontwikkelingen, zoals individualisering, zijn ontwikkelingen in de economie en financiële sector van invloed op de veranderende arbeidsrelaties. De conjunctuur heeft bijvoorbeeld invloed op de verhouding tussen vaste en flexibele arbeidsrelaties. Uit onderzoek van De Nederlandsche Bank blijkt dat de groei van het aantal werknemers met een vast contract past binnen hoogconjunctuur. In de vorige periode van hoogconjunctuur (2005-2008) nam het aantal vaste contracten sneller toe dan het aantal flexibele arbeidsrelaties.

Ook in de huidige periode van hoogconjunctuur is de relatie tussen economie en arbeidsrelaties terug te zien. Uit cijfers van het CBS blijkt dat het aantal flexbanen begin 2019 voor het eerst sinds tien jaar was geslonken, terwijl het aantal vaste banen was gegroeid. Door de krappe arbeidsmarkt willen werkgevers mensen aan zich binden, zo stelt Paul de Beer, hoogleraar arbeidsverhoudingen. 

Ook al is het bekend dat economische groei de arbeidsmarkt beïnvloedt, het is onbekend wat de uitwerking van de economie op flexibilisering precies inhoudt. De krapte op de arbeidsmarkt heeft bijvoorbeeld verschillende gevolgen voor verschillende arbeidsrelaties, zoals uitzendkrachten en zzp’ers. Uit onderzoek van het economisch bureau van ING blijkt dat zzp’ers meer uren kunnen maken en een hoger uurloon vragen als gevolg van de krappe arbeidsmarkt. De uitzendbranche is daarentegen niet of nauwelijks in staat te profiteren van de krapte. Dit komt onder meer doordat flexwerk duurder wordt door de WAB en door de opkomst van online platformen waar zzp’ers aan het werk gaan.

Demografie en beleid van overheid, bedrijven en sociale partners kunnen ook een rol spelen. Onder invloed van de vergrijzing wordt verwacht dat ouderen met een vast contract steeds vaker worden opgevolgd door jongeren met een flexibele arbeidsrelatie. Starters op de arbeidsmarkt beginnen meestal met een flexibel contract. Bovendien is er minder vaak of minder snel doorstroom van flexibel naar vast. 

De belangrijkste inzichten op een rijtje:

  • Door technologisering veranderen de verhoudingen op de arbeidsmarkt. Arbeid is steeds vaker een samenspel van mens en technologie. Tegelijkertijd verandert de bemiddelingsfunctie van bedrijven op de arbeidsmarkt door de komst van platforms. Als die ontwikkeling doorzet, vindt in het extreemste scenario een volledige ontkoppeling van mens en organisatie plaats. Wat betekent dat voor de rol van werkgever en werknemer? Is er nog sprake van een relatie en onder welke voorwaarden?
  • In de individualiserende samenleving kunnen en willen mensen steeds meer zelf bepalen hoe ze hun tijd besteden. Daar hoort ook bij dat de jongere generaties niet per se fulltime willen werken. Individualisering raakt ook de arbeidsmarkt: het aantal flexwerkers stijgt en arbeidsrelaties worden korter. Hoe geven we de behoefte aan meer autonomie vorm in onze arbeidsrelaties? Wat betekent individualisering voor de vertegenwoordiging van werkenden in vakbonden?
  • Doorgaans zorgen economische hoog- en laagconjunctuur voor een andere verhouding tussen flexibele en vaste arbeidsrelaties. Onduidelijk is hoe deze invloed precies werkt. In hoeverre bepalen bedrijfseconomische keuzes onze keuze voor arbeidsrelaties?